Inleiding in de wijsgerige ethiek – Deel 3
Van Levinas tot MacIntyre
Misschien is nooit eerder in de geschiedenis het woord ‘ethiek’ zo gemakkelijk over ieders lippen gerold als in de huidige tijd. Na de bankencrisis beloofden bankiers voortaan een ethische code in acht te nemen, en zelfs een multinational als Shell laat zich ondanks de door het bedrijf veroorzaakte milieuschade in bijvoorbeeld een land als Nigeria, voorstaan op zijn
ethische bedrijfsvoering. Ethiek lijkt het toverwoord bij uitstek te zijn geworden waarmee criticasters de mond gesnoerd moet worden. Ook onze politici schermen graag met het woord ‘ethiek’, al klinkt het uit hun mond in de regel als een goedkope verkiezingsslogan. Op de vraag wat het woord ‘ethiek’ dan wel betekent dat CEO’ s van grote bedrijven, bankiers en politici zo gemakkelijk in de mond nemen, volgt meestal een nietszeggend antwoord. In een cursus van een aantal semesters wordt geprobeerd een serieus antwoord op deze vraag te geven en wel door aandacht te vragen voor de belangrijkste richtingen die in de loop van de geschiedenis hun eigen invulling aan de wijsgerige ethiek hebben gegeven. Zo vragen we aandacht voor de klassieke deugdethiek van met name Aristoteles, de plichtsethiek van Immanuel Kant, het utilitarisme van bijvoorbeeld John Stuart Mill en sluiten we de cursus af met de joods-Franse denker Emmanuel Levinas, die de traditie van het westerse denken karakteriseert als een vergetelheid van de ethiek.
…
Met zijn these dat de westerse filosofie gekarakteriseerd wordt door vergetelheid van de ethiek wekt de joods-Franse denker Emmanuel Levinas (1906-1995) minimaal verbazing bij menig kenner van de wijsgerige ethische traditie. De klassieke deugdethiek, de kantiaanse plichtsethiek en het utilitarisme tonen toch allemaal de onhoudbaarheid van deze these aan? Waarom dan toch zo’n these die op het eerste gezicht zo gemakkelijk te weerleggen lijkt? Waar Levinas zijn lezers echter op wil wijzen, is dat de filosofische traditie een ontologische aanblik biedt, met als gevolg de vergetelheid van het heteronome aan gene zijde van zijn. Voor Levinas draait het in de ethiek om de ethische relatie tussen het Zelf en de Ander, en juist deze Ander in zijn absolute andersheid of heterogeniteit werd telkens weer vergeten, ook in de wijsgerige ethiek. Zo is volgens Levinas de kantiaanse plichtsethiek met haar viering van de autonome vrijheid in wezen niets anders dan de manifestatie van de absolute of totalitaire heerschappij van het Zelf. In zijn ogen is echter de autonome vrijheid in wezen een onrechtvaardige vrijheid en deze onrechtvaardigheid kan alleen ongedaan worden gemaakt door een ander vrijheidsbegrip waarin het allemaal draait om het appel of het gelaat van de Ander. In de colleges moet duidelijk worden hoe de ethiek van Levinas eruitziet en wat de consequenties daarvan zijn. Bijzondere aandacht zal worden gevraagd voor de twee verschillende wegen die elkaar kruisen in de idee van waarheid, namelijk de weg van de ontologie en de metafysica. Deze tweedeling zal de rode draad van de colleges vormen en ons een eerste inzicht bieden in de manier waarop Levinas de geschiedenis van de filosofie interpreteert.
De laatste colleges van deze inleiding in de wijsgerige ethiek zijn gereserveerd voor de Schotse filosoof Alasdair MacIntyre (1929-2025), die met zijn boek After Virtue naam en faam heeft verworven. Met dit slotakkoord is de cirkel weer zo goed als rond want we begonnen deze reis door de geschiedenis van de wijsgerige ethiek met de colleges over de klassieke deugdethiek en met MacIntyre staan we aan de wieg van de heropleving van de deugdethiek. Uitgangspunt van After Virtue is de ‘verontrustende hypothese’ dat de taal van de ethiek in grote wanorde verkeert en ons nog slechts fragmenten van een conceptueel kader biedt, die echter de context waaraan ze ooit hun betekenis ontleenden, volledig ontberen. Wat we in handen hebben is dan ook nog slechts een schijnbeeld van ethiek want we hebben grotendeels ons theoretisch en praktisch begrip van ethiek verloren. Desondanks weigert MacIntyre zich te verliezen in een stemming van wanhoop en gaat hij op zoek naar een antwoord op de morele chaos waarin de moderne wereld verkeert, een wereld waarin mensen veelal zonder moreel kompas varen en het verschil tussen goed en slecht niet meer kennen. In deze zoektocht zal Aristoteles en belangrijke gids zijn.
Onderwijsvorm: Hoorcolleges met de mogelijkheid tot het stellen van vragen.
Literatuur: Er worden opzetten en samenvattingen van de colleges aan de cursisten uitgedeeld of gemaild.
Over de docent:
Drs. Nico Dieteren verzorgt, na afronding van de studies Nederlandse taal- en letter-kunde en filosofie, al meer dan twintig jaar cursussen filosofie. Zo was hij onder andere van 1996-2020 als docent filosofie werkzaam voor HOVO Nijmegen.
Docent
Drs. Nico Dieteren
Tijdstip cursus
Dinsdagmiddag van 13.30-15.30 uur
Begin- en einddatum
27 januari tot en met 7 april 2026 m.u.v. 17 februari
Locatie
Titus Brandsma Memorial Nijmegen (de cursus vindt plaats in de Tituszaal).
Stijn Buysstraat 11 6512 CJ NIJMEGEN (op loopafstand van station Nijmegen en vlakbij het Keizer Karelplein)
Aantal colleges
10
Kosten
€ 325
Aanmelden
U kunt zich aanmelden via het volgende e-mailadres: n.dieteren@chello.nl
Belangrijke mededeling
U kunt per semester inschrijven en bent dus zeker niet verplicht aan alle semesters deel te nemen. Het bekende gezegde ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ geldt niet voor de deelnemers aan deze cursus.